Interpersoonlijke Neurobiologie

Adoptie en de taal der liefde

op

Ze kozen uit praktische overwegingen voor een hond uit het asiel. Van alle lieve, zielige en naar nieuwe baasjes verlangende honden, was bouvier Boris de uitverkorene. Later bleek hoe toepasselijk zijn naam gekozen was: de reu ontpopte zich als een vals stuk geboefte. Thuis was hij een aaibare en aanhankelijke hond, waarmee je heerlijk kon knuffelen. Op straat was hij echter agressief en viel hij zonder enige aanleiding mensen aan. Wat triggerde die thuis zo brave viervoeter? Wat was er vroeger met hem gebeurd? Waardoor sprong zijn brein zo abrupt in de vecht-vluchtmodus? Boris kan het ons niet vertellen en dus tasten we in het duister.

Jonge kinderen kunnen met een paar eenvoudige woordjes al heel behoorlijk duidelijk maken wat zij hebben meegemaakt. Maar het hele verhaal, een min of meer coherente ‘autobiografie’, kunnen zij pas vanaf een jaar of acht vertellen. Mirna was slechts vier maanden jong toen zij werd geadopteerd door een echtpaar, dat uit idealisme had besloten om zijn liefde en toewijding te schenken aan een weeskind. Mirna begon aan de hand van haar gedrag te ‘vertellen’ over haar verleden, dat zij bepaald niet ongeschonden was doorgekomen. Maar zonder verstaanbare woorden uit haar mond, tastten ook haar nieuwe ouders daarover in het duister.

Ervaringen worden vanaf zeer jonge leeftijd opgeslagen in het geheugen. Ook als de mond nog niets vertellen kan, spreekt de lichaamstaal voor de goede verstaander reeds boekdelen.  Als Boris en zijn baasjes op straat werden benaderd door een onbekende man, sloeg de amandelkern in het benedenbrein van de hond alarm. En Mirna’s kleine lichaam schoot plots in de vechtmodus zodra haar adoptiemoeder haar wilde knuffelen. Haar lichaamstaal waarschuwde met krachtige ‘stem’: dit is een bedreiging!

Alhoewel deze ‘woorden’ nog steeds niet het hele verhaal vertellen, zijn zij wel voldoende om te weten wat ervoor nodig is om het benedenbrein van zowel Boris als Mirna te kalmeren. De hond moet gaandeweg beseffen: ‘de vreemde man valt ons niet aan, in mijn roedel ben ik beschermd’. En Mirna moet keer op keer ervaren dat haar nieuwe moeder het goed met haar voorheeft en dat zij in haar armen veilig is.

Ook zonder expliciete woorden kan deze boodschap worden overgebracht. Voor baby’s zoals Mirna gebruiken we daarvoor onze sussende stem, zachte en liefdevolle gezichtsexpressies en, indien en zodra Mirna het toelaat, een troostende aanraking. Aldus wordt haar benedenbrein, inclusief de amandelkern, gerustgesteld. Pas dan kan haar gehele brein weer volop meedoen, zodat nieuwe, positieve ervaringen zich nestelen in haar geheugen.

Op deze manier helpen de adoptieouders mee aan het creëren van niet alleen een nieuw levensverhaal maar ook van een nieuw verleden. Een verleden waarin Mirna heeft ervaren dat niet alle mensen slecht zijn en dat zij onbevangen en onbevreesd zorg en liefde kan omarmen.

0